Telex met ponsband invoermogelijkheid

Telex met ponsband invoermogelijkheid

Het PTT laboratorium: epicentrum van de cryptografie in de jaren 1947-1957

Het PTT laboratorium: epicentrum van
de cryptografie in de jaren 1947-1957

De indienststelling van het eerste na-oorlogse beveiligde telexnetwerk door de minister–president W. Drees, 5 april 1949 

De indienststelling van het eerste
na-oorlogse beveiligde telexnetwerk
door de minister–president W. Drees,
5 april 1949 

Het basisprincipe van vercijferen
Het basisprincipe van vercijferen

Van links naar rechts: telex, ecolex, voeding

Van links naar rechts: telex, ecolex, voeding

Het interieur van de Ecolex: de radiobuizen

Het interieur van de Ecolex: de radiobuizen

Radiobuis met opzetvoetje

Radiobuis met opzetvoetje

De Staatsloterij anno 1970 met het hart van een Ecolex vercijfermachine

De Staatsloterij anno 1970 met het hart van een Ecolex vercijfermachine

 

 

Perfect onleesbaar

 

Cryptografie voor telexberichten

Een les uit de oorlog: beveilig het diplomatieke netwerk

Telex was in de jaren veertig en vijftig “high tech”: rechtstreeks tekstverkeer van typemachine naar typemachine, over grote afstanden, all over the world. Vol automatisch. Het telexnet in Nederland was jaren eerder “end to end” vol automatisch dan het telefoonnet. De laatste handbediende telefooncentrale (die in Warffum) werd pas in 1956 uitgezet.
Maar juist die moderniteit bleek in de Tweede Wereldoorlog ook een kwetsbaarheid. Inlichtingendiensten konden - soms verrassend eenvoudig - telexverkeer meelezen of verkeer analyseren. 

Deze oorlogservaring maakte één ding duidelijk: telex-tekstverkeer is pas echt waardevol als het ook beveiligd is. En dat geldt in het bijzonder voor overheidsdiensten.

Na de oorlog werd daarom in Nederland gewerkt aan versleuteling speciaal voor telex- en telegraafachtige berichtgeving. De opdracht voor een telex-vercijfersysteem kwam in 1946 vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en werd toegewezen aan het Dr. Neher laboratorium van de PTT (toen nog onderdeel van de overheid via het Ministerie van Verkeer en Waterstaat).
Dat leidde in 1949 tot een beveiligde telex-verbinding tussen het ministerie in Den Haag en een select aantal ambassades: Washington, Londen, Parijs en (destijds) Batavia. De indienststelling gebeurde op 6 april 1949 door de toenmalige minister-president.
Het betrof in de beginfase systemen op basis van relais-techniek: robuust, maar volumineus en onderhoudsintensief. Het eerste ontwerp had 60 relais, in diverse voor de taak geoptimaliseerde uitvoeringen. Het derde ontwerp had 98 relais, maar dan allemaal identiek, zodat onderhoud eenvoudig was. Veelal zelfs lokaal mogelijk…..

In de jaren daarna volgden meerdere technische generaties. Waar eerst elektromechanica (relais) domineerde, kwamen later oplossingen met buizen en uiteindelijk transistoren.
Parallel daaraan veranderde ook de gebruikspraktijk: cryptografie werd niet alleen een “apparaat”, maar een proces, compleet met sleutelbeheer, procedures en discipline aan beide kanten van de lijn. In diplomatieke context ging het immers niet alleen om het verbergen van inhoud, maar ook om het beperken van schade bij onderschepping: wie communiceert met wie, wanneer, en hoe vaak. Het kan ook gezien worden als het begin van de administratieve automatisering. De code kamer had geen mensen meer nodig die een leesbaar bericht in code tekst omzette.

Ecolex als tastbaar voorbeeld van die ontwikkeling

Binnen die ontwikkeling nemen apparaten uit de Ecolex-familie een herkenbare plek in: ze tonen hoe Nederland probeerde operationele bruikbaarheid (telex in de dagelijkse diplomatieke praktijk) te combineren met cryptografische beveiliging.
Het bij PTT bedachte telex vercijfersysteem werd door hen geproduceerd tot 1957. Het eindresultaat van de opdracht van Buitenlandse Zaken was dat vrijwel alle ambassades en alle schepen van de Koninklijke Marine het PTT telex vercijferingsapparaat gebruikten.
De Ecolex is daarmee een concreet venster op de bredere telex geschiedenis:
van oorlogservaring, via PTT-ontwikkeling, naar het beveiligen van internationaal telexverkeer in een tijd waarin onderschepping reëel was en de techniek snel evolueerde.  

Gebruiksaanwijzing Ecoflex II
In 1957 werd alles wat telex-cryptografie was verkocht aan Philips USFA, die daarna zijn eigen telex vercijferproducten  bedacht en verkocht: Tarolex, Mucolex, Aroflex etc.

De PTT bedenkers vonden een nieuwe baan aan de
TU-Delft. 

Crypto was binnen PTT een zeer geheim onderwerp, Staatsgeheim zelfs. Dit heeft echter als gevolg gehad voor de latere geschiedschrijving  dat over dit onderwerp nergens iets gevonden wordt, ook niet in het boek “100 jaar PTT/KPN-geschiedenis”. 
Maar dankzij het persoonlijke archief van de uitvinder van het eerste crypto-apparaat, dr.ir. R.M.M. Oberman, is de historie nu alsnog geopenbaard.

Spinoff in 1970

Wat heeft de staatsloterij met telex vercijfering te maken…. Feitelijk niets, inhoudelijk echter wel. In elk vercijferapparaat is een ruisbron aanwezig voor het genereren van de sleutel waarmee berichten vercijferd konden worden. Die zelfde ruisbron uit de latere Ecolex werd gebruikt voor het genereren van willekeurige getallen die daarna aan de verkochte lotnummers gekoppeld werden om zo de winnende loten te bepalen. Kortom zonder het Ecolex sleutel principe zou er geen automatische staatsloterij machine geweest zijn in 1970.

De relevantie van toen voor nu

Toen was telex high-tech en leek geen beveiliging nodig te hebben. Maar al snel bleek dat toch niet waar te zijn. Toen ging het om enkelvoudige verbindingen. Nu gaat het niet alleen om gigantische  informatie stromen, maar bijvoorbeeld ook om concreet geld in betalingsverkeer.
De maatschappij is versneld door alle telecommunicatie. Maar met onvoldoende beveiliging en andere zekerheden kan deze communicatie zeer kwetsbaar zijn, met mogelijk grote gevolgen voor het maatschappelijk en persoonlijk leven als er echt iets mis gaat.



Bronnen:
foto’s:    www.cryptomuseum.com
tekst:    www.oberman.nl/boek