Een van de vele omgevallen telefoonpalen

Een van de vele omgevallen telefoonpalen

 

 Duck met sleep

Duck met sleep

 

 

 

 

 

 

Een ondergelopen centrale

Een ondergelopen centrale

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overzicht van de overstroomde gebieden

Overzicht van de overstroomde gebieden

 

 

 


 

 


 

 

 


 

Kabels onder water

Telecommunicatie na de watersnoodramp in 1953

Inleiding

De watersnood in Zeeland, West-Brabant en Zuid Holland, op 3 februari 1953, zorgde naast veel menselijk leed ook voor een totale ontwrichting van het telefoonverkeer. In dit venster komen achtereenvolgens de globale opbouw van het toenmalige telefoonnetwerk aan de orde, vervolgens de schade aan het telefoonnetwerk en tenslotte de manier waarop deze werd verholpen,  Het is gebaseerd op verslagen uit de toenmalige districten Breda en Rotterdam.

Het telefoonnetwerk en de bijbehorende organisatie op hoofdlijnen rondom 1950

Het telefoonnet is opgebouwd rondom centrales die onderling met elkaar zijn verbonden. Vanaf de centrales lopen koperdraden aan palen, ook wel luchtlijnen genaamd, of koperdraden in ondergrondse kabels, naar de huizen van de abonnees. De centrales waren in die tijd handbediend met telefonistes of al automatisch op basis van elektro mechanische onderdelen zoals kiezers en relais.
PTT verzorgde naast post en telegraaf de telefonie in Nederland. Organisatorisch was de telefoontak van PTT opgedeeld in een centrale directie werkend voor het hele land en de districten. Een district bestond naast een centrale organisatie uit geografische gebieden die sectoren en dienstkringen werden genoemd. De sectoren zorgden ervoor dat de centrales bleven werken en de dienstkringen zorgden voor de koperdraden naar de telefoontoestellen bij de abonnees. De districten, dienstkringen en sectoren waren vernoemd naar hun vestigingsplaats. Zo had je het district Rotterdam, de sector Middelburg en de dienstkring Gouda. Sectoren en dienstkringen werden samengevoegd tot secties onder een sectiechef. Naast het district Rotterdam had men toen ook de plaatselijke telefoondienst Rotterdam. De laatste kwam voort uit de gemeente telefoon Rotterdam. De plaatselijke telefoondienst en het district fuseerden in de zestiger jaren van de vorige eeuw. In het door de watersnood in 1953  getroffen gebied waren de districten Breda en Rotterdam actief.

Schade en schadeherstel

De eerste dagen na de ramp was communicatie met de getroffen gebieden vrijwel onmogelijk. De centrales stonden meestal in de hoger gelegen kern van een stad of dorp. Daardoor liepen deze in een aantal gevallen niet onder water terwijl de omgeving wel blank stond. Maar doordat kabels vol met water liepen of telefoonpalen door de kracht van het water omvielen was het telefoonverkeer in de overstroomde gebieden toch massaal gestoord. Natuurlijk was er nog het landelijke mobilofoonnet maar ook hiervan was een groot deel onbruikbaar geworden. Direct na de ramp kon alleen nog gebruik worden gemaakt van het intact gebleven Zeeuwse deel van het Openbaar Landelijk Net. Een belangrijk deel van de communicatie kwam die eerste dagen tot stand door de inzet van radiozendamateurs die met primitieve middelen de meest essentiële verbindingen wisten te maken (zie ook venster “Liefhebbers van het eerste uur”). In recordtijd werden er door PTT twee basisstations voor het mobiele netwerk bijgebouwd, in Zierikzee en in Goes. En om aan de grote vraag naar mobilofoons te voorzien werden tientallen exemplaren van de Philips mobilofoon type SRR192 die al wel functioneel waren maar nog niet vrijgegeven voor aflevering, uit de fabriek in Huizen gehaald.

De herstelacties aan het telefoonnet werden niet alleen door het eigen personeel uitgevoerd, maar er was ook hulpverlening vanuit andere districten. Ook het leger, vooral de verbindingstroepen, leverde een belangrijke bijdrage aan de hulpverlening.
Er was ook buitenlandse militaire hulp, onder andere van het Amerikaanse bezettingsleger in Duitsland. Met hun ducks (amfibievoertuigen) konden zij bijna overal in het ondergelopen land komen.

Het herstelwerk werd niet ingedeeld naar dag en nacht, maar naar eb en vloed. Bij eb viel het ondergelopen land op vele plaatsen weer enige uren droog. Dan kon men dus proberen de verbindingen te herstellen of noodverbindingen te maken. Daarbij was het wel zaak het tij goed in de gaten te houden; vóór de vloed weer opkwam, moest men zorgen een veilige plek te bereiken.

Oud dienstkringleider Van de Klippe en enige van zijn medewerkers hebben bij deze werkzaamheden enige hachelijke uren beleefd. Ergens in de buurt van Kruiningen viel door het opkomende water de motor van hun drietonner stil. Gelukkig was in die vrachtwagen een roeibootje voor noodgevallen aanwezig. Een van de inzittenden die ter plaatse goed met de stromingen van het water bekend was, is met dat bootje naar Kruiningen gevaren om hulp te halen. Een duck van het Amerikaanse leger heeft toen de drietonner naar een veiliger plek kunnen trekken. De hulp kwam net op tijd, want het water had de laadvloer al bereikt en de kans op omslaan was zeker niet denkbeeldig.

Telefooncentrale apparatuur die nat was geworden werd zoveel mogelijk gedemonteerd en in werkplaatsen van PTT en de leverancier opgeknapt. De rekken waar de apparatuur zich in bevond konden door de vele bekabeling niet verplaatst worden. Daar zette men dan kolenkachels bij om deze te drogen. Als een centrale verloren was gegaan dan werden waar mogelijk de verbindingen omgeleid naar andere centrales of er werd tijdens de reparatie periode een handpost met telefonistes naast gezet.

Als het inwendige van een telefoonkabel nat wordt komt er kortsluiting tussen de afzonderlijke draden in die kabel en kunnen de daarop aangesloten abonnees niet meer bellen ook al werkt de centrale nog. De betreffende abonnee aansluitingen moeten dan losgemaakt worden van de centrale (afgestopt in PTT jargon) en de kabel vervangen. Dat kwam vooral in ondergelopen stedelijke gebieden voor zoals bijvoorbeeld Dordrecht waar men de luchtlijnen door kabels had vervangen.

Met behulp van straalzenderapparatuur van het leger werden tijdelijke routes gemaakt. Op de kabelroutes tussen de centrales Goes -Zierikzee en Goes -Roosendaal werd straalzenderapparatuur ingezet. Ook op de route Goes -Terneuzen werd een straalroute ingezet om in geval van kabelbreuk het telefoonverkeer toch af te kunnen wikkelen. Dit was de eerste toepassing van straalverbindingen bij de PTT en die voldeden zo goed dat PTT in de latere jaren daarna daar volop gebruik van ging maken. Bij de herstelwerkzaamheden bewezen mobilofoons groot nut, niet alleen voor de communicatie met de herstelploegen maar ook voor het telefoonverkeer met verscheidene van het netwerk geïsoleerde centrales waarvan de luchtlijnen en kabels naar andere centrales kapot waren. Door de koppeling van het mobilofoonnet met het telefoonnet kon er toch nog beperkt worden gebeld door abonnees in de voor telefoon geïsoleerde dorpen.

In het district Breda waren maar liefst 47 handnetten geheel of gedeeltelijk gestoord. Dat was voornamelijk het geval op de eilanden Schouwen en Duiveland en Tholen. Maar ook St.-Philipsland en Nieuw Vossemeer hadden onder het water te lijden.

Het gevolg was dat in totaal 3300 nummers buiten dienst gingen. Door de watersnood werden drie reeds geautomatiseerde centrales vernield:
 - Wolphaartsdijk met 150 nummers, hersteld met 200 nummers op 12 oktober 1953.
 - Ellewoutsdijk met 100 nummers, hersteld met 150 nummers op 14 september 1953.
 - Kortgene met 200 nummers, hersteld met 200 nummers op 2 november 1953.

Provisorisch herstel

De heer van der Laar, sectiechef uit het district Breda, die de ramp van wel van zeer nabij heeft meegemaakt, vertelde over die bewogen tijd het volgende:
 „Gedurende vier weken ben ik bijna niet uit de kleren geweest en ik sliep, tenminste als dat mogelijk was op kantoor".

Vooral de eerste dagen was de chaos compleet; men wist eigenlijk niet waar te beginnen. Toch werd vrijwel direct het herstelwerk ter hand genomen. De eerste dagen of beter gezegd de eerste weken, bestonden de werkzaamheden voornamelijk uit noodoplossingen, dat wil zeggen provisorisch herstel van de verbindingen. Degenen die wegens hun functie in de ondergelopen dorpen moesten achterblijven, zoals de burgemeester, artsen, politie enz. moesten zo spoedig mogelijk weer telefonisch bereikbaar zijn.

Daartoe werden noodlijntjes gemaakt, die bediend werden vanuit een weer van stal gehaalde oude centraalpost. Dit antieke geval werd meestal geïnstalleerd in een lokaliteit in het centrum van het dorp. Omdat die dorpskernen meestal hoger liggen dan de rest van het dorp waren dit de droog gebleven terpen in onafzienbare watervlakten. Genoemde lokaliteit was dikwijls het café naast de kerk.

Eind 1953 waren als gevolg van de watersnood nog 390 telefoonaansluitingen in het district Breda buiten dienst.

Telefoondistrict Rotterdam
In het district Rotterdam was de situatie in de overstroomde gebieden vergelijkbaar met die in het district Breda. Hieronder volgen een overzicht van de schade en een door Frans Schuijt, ex vrijwilliger Houweling telecommuseum, bewerkt verslag over de sector Middelharnis.   




Verslag van het onderzoek naar de toestand van de automatische telefooncentrales in de sector Middelharnis op 10 en 11 Februari 1953.

Aanwezig: Ir v. Willigenburg, Ir Hekker, Ir Brandsma, Ir Hedman, Ir v.d. Haer

1 Stad ah Haringvliet
De centrale was droog gebleven evenals de kelder. Sedert 1 Februari was geen netspanning meer aanwezig: de batterijspanning bedroeg 46 V in plaats van de bij dit hier toegepaste telefoniesysteem benodigde 60 Volt.  De netspanning is in de middag van 12 Februari teruggekeerd en de gelijkrichter en de luchtdroger zijn aangezet. Maandag 16 febr. zal met behulp van de slingerpsychrometer de vochtigheidsgraad van de lucht worden bepaald. Wijst deze een ongeveer normale waarde aan (0.70) dan kan de bekabeling worden doorgemeten en indien de isolatieweerstand enigszins redelijk is te noemen (8 à 10 Mega Ohm) kan begonnen worden met testen. Maandag 16 Febr is iemand van Ericsson in Stad ah Haringvliet aanwezig om zo mogelijk te testen, evenals chef monteur Jansen. De nog ontbrekende inkomende overdragers kunnen zolang uit Herkingen worden genomen, evenals de alarmstroken. Als toongenerator kan de stemvorkgenerator worden gebruikt die in Dirksland heeft dienst gedaan. Alles zal er op worden gezet Stad ah Haringvliet zo snel mogelijk in dienst te geven.

2 Herkingen    
In Herkingen heeft 1,2 m water gestaan, d.w.z. tot en met de strookveiligheden.
0ok thans loopt de centrale bij vloed enkele cm's onder. Aangezien de spanning op de centrale stond, zijn veiligheden doorgeslagen en relaisspoelen verbrand. De apparatuur staat dik onder het slik. De accu-ploeg van de landelijke afdeling Telefonie zal de accu's verwijderen en alles zo spoedig mogelijk vervangen (16 Febr).
Door de firma Ericsson zullen vanaf 17 februari alle panelen, die onder water hebben gestaan, worden verwijderd evenals een aantal door het water aangetaste rekken. Deze mensen zullen 17 febr. aan het werk gaan.
Zodra de centrale niet meer onder loopt, dient het huisje gereinigd te worden en kan worden nagegaan waar herstellingen aan wanden en vloeren nodig zijn.
Zodra de spanning te Herkingen terugkeert en kacheltjes en/of een luchtdroger aanwezig is, kan aangevangen worden te drogen.
Uit het vrijkomende materiaal in het magazijn te Sommelsdijk zal na eventueel Stad ah Haringvliet, Herkingen het eerst moeten worden voorzien. Gerekend moet worden dat de centrale volledig getest moet worden.

3 Middelharnis
De automatische centrale is droog gebleven.
De vochtigheidsgraad bedroeg maximaal 0.95.
Sedert de spanning is teruggekeerd (7 Febr) zijn 4 kacheltjes en de luchtdroger ingezet en thans bedraagt de vochtigheidsgraad 0.87.
De spanning van de accu, die op 3 Febr 38 Volt bedroeg, kon eerst door het noodaggregaat en thans door de netspanning op 48 Volt worden gehouden.
Een tweede gelijkrichter zal worden geplaatst aangezien de eerste voortdurend in snel lading staat.
De interlokale centrale heeft onder water gestaan en is onbruikbaar. (Een interlokale centrale verbindt centrales waar abonnees op zijn aangesloten met elkaar)
Een centraalpost van 20 lijnen is thans geïnstalleerd maar blijkt reeds te klein.
Twee postjes van 50 lijnen zullen worden geplaatst.
Herkingen kan interlokaal worden doorverbonden met Middelharnis evenals Stellendam.
Er wordt op gerekend dat Stad ah Haringvliet en den Bommel spoedig geautomatiseerd worden.

4 Magazijn Sommelsdijk
Hierin heeft 30 cm water gestaan.
Op 9 Febr zijn 21 zware kisten naar de firma Ericsson vervoerd, op 10 Febr110 kisten.
Men kan aannemen dat vóór 15 Febr het magazijn Sommelsdijk en de kisten opgeslagen in de telefooncentrale te Middelharnis, zijn weggevoerd. Bij Ericsson zal worden nagegaan wat vervangen moet worden en wat hersteld kan worden, eventueel in overleg met een door de PTT aangewezen deskundige.

5 Stellendam    
De automatische telefooncentrale heeft geheel onder water gestaan, staat thans nog gedeeltelijk onder water en is verwoest. De gelijkrichter en de luchtdroger zullen door de landelijke afdeling Telefonie worden weggehaald. De accu is bedolven onder een ingestorte muur.
De apparatuur zal worden weggehaald door Ericsson.

6 Ouddorp
Er heeft geen spanning op de centrale gestaan zodat geen spoelen zijn doorgebrand. Er is geen spanning aanwezig. Afgesproken werd met de autoriteiten dat zo spoedig mogelijk spanning zal worden gebracht naar de centrale en dat door v.d. Sluis met enige kacheltjes, aanwezig te Ouddorp of weg te halen uit Stellendam, zal worden gestookt om te drogen. De accu, de luchtdroger en de gelijkrichter zullen door de landelijke afdeling Telefonie worden weggehaald en zo spoedig mogelijk vervangen.
Overigens zal, indien de centrale voldoende droog moet worden geacht, de kabelisolatie moeten worden onderzocht en indien deze redelijk is het defecte materiaal moeten worden vervangen. Na Stad ah Haringvliet en Herkingen zal Ouddorp kunnen worden getest en in dienst gesteld.